Fernand Collin-prijs voor Recht
Fernand Collin naar wie de Collin-prijs is genoemd, werd geboren op 18 december 1897 in Antwerpen.
Geboren en getogen Antwerpenaar is hij heel zijn leven gebleven. In die stad heeft hij, als legendarische
voorzitter, de Kredietbank van een kleine bank tot een grootbank doen uitgroeien. Dat hij bankier van beroep zou worden, stond nochtans niet in de sterren geschreven. Van opleiding was hij jurist:
hij behaalde zijn doctoraat in de Rechten in 1922 aan de Universiteit van Leuven. Nadien behaalde
hij er in 1925 het speciaal doctoraat in de strafwetenschappen. Hij studeerde aan verschillende
Europese universiteiten waaronder Parijs en Londen en in de Verenigde Staten. Hij was advocaat
aan de balie van Antwerpen van 1923 tot 1938, werd in 1925 tot docent benoemd aan de Universiteit
van Leuven, werd in 1927 gewoon hooglaar aan de rechtsfaculteit waar hij tot 1946 strafrecht en
strafrechtspleging doceerde en tot 1971 zeerecht. Hij was sedert 1964 lid van de Klasse der Letteren
van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten. In 1935 werd hij
beheerder van de Kredietbank en vanaf 1938 tot 1973 was hij voorzitter van de bank. In 1971 werd hem
de Joost van den Vondelprijs toegekend.
Professor Collin was een talentvol bankier die voorloper was op vele gebieden. Als eerste Vlaamse
voorzitter van de Belgische Vereniging der Banken, van 1964 tot 1967, beschouwde hij het als een punt
van eer in de Vereniging het Nederlands als voertaal te gebruiken, wat op dat ogenblik heel ongebruikelijk was.
Hij stond aan de wieg van de Europese rekeneenheid die later is uitgegroeid tot de ecu en later als euro
betaalmunt werd. Het was inderdaad onder zijn impuls dat de Kredietbank als eerste, in het begin van de
zestiger jaren, in Europese rekeneenheden uitgedrukte obligatieleningen op de internationale markt heeft
geplaatst. In een uitvoerige noot over "The Unit of Account" in The Yale Law Journal van 1962, kan men op
p. 1294 lezen hoe Professor Collin de idee van een Europese rekenheid "to revitalize the international money
markets" in dat jaar lanceerde in een lezing gehouden aan de Universiteit van Yale. Hij was het ook die "zijn"
bank ertoe bracht om, naar het voorbeeld van de Nederlandse administratiekantoren, collectieve
beleggingsfondsen op te richten op de Belgische markt te lanceren.
Wie professor Collin persoonlijk heeft gekend weet dat hij een joviale maar vastberaden persoonlijkheid had.
Hij was van alle markten thuis: zijn vriendenkring was internationaal maar tevens bleef hij in hart en ziel
verankerd aan zijn geboortestad, aan Vlaanderen en aan België. Zijn universiteit bleef hij daadwerkelijk
steunen: hij was er lid van de raad van beheer en voorzitter van Leuven Research en Development.
Bij gelegenheid van de hulde die hem in Leuven werd gebracht op 8 december 1957 naar aanleiding
van zijn zestigste verjaardag karakteriseerde de initiatiefnemer van de huldiging, professor Robert Vandeputte,
de gevierde als volgt: "zijn talrijke vrienden waarderen in hem zijn rondborstigheid, zijn gulhartigheid, zijn
opvallende eenvoud, zijn inschikkelijkheid tegenover ondergeschikten, zijn alles overstelpende goede luim".
Als tastbare blijk van die waardering werden de fondsen ingezameld voor een bedrag van 1.500.000 frank
waarmee de Collin-prijs werd ingesteld tot aanmoediging van jonge Vlaamse onderzoekers. Professor Vandeputte,
de latere Gouverneur van de Nationale Bank, werd de eerste voorzitter van de jury.
Professor Fernand Collin overleed in Antwerpen op 11 december 1990, één week vooraleer hij 93 jaar zou zijn
geworden.
Voorzitter
Prof. Walter VAN GERVEN
Buitengewoon hoogleraar emeritus van de Katholieke Universiteit Leuven
Leden
Prof. Hubert BOCKEN
Gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent
Prof. mr. Ludovic DE GRYSE
Hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen (UFSIA)
Prof. Alain DE NAUW
Gewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel
Prof. Patricia POPELIER
Hoofddocent aan de Universiteit Antwerpen
Prof. Henri SWENNEN
Emeritus Gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen (UIA)
Prof. Willy VAN EECKHOUTTE
Buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent
Prof. Ivan VEROUGSTRAETE
Voorzitter van het Hof van Cassatie
Prof. Jan WOUTERS
Gewoon hoogleraar van de Katholieke Universiteit Leuven
Prof. Walter VAN GERVEN 1962 (KULeuven)
Het toegeven van premies in het Klein Europees handelsverkeer
Prof. Willy VAN RIJCKEGHEM 1972 (Universiteit Gent)
Een econometrische studie van het dynamisch verband tussen inflatie
en werkloosheid: een internationale vergelijking
Prof. Marc MARESCEAU 1982 (Universiteit Gent)
De directe werking van het Europees gemeenschapsrecht
Prof. Koenraad LENAERTS 1984 (KULeuven)
Constitutie en rechter. De rechtspraak van het Amerikaanse Opperste Gerechtshof,
het Europese Hof van Justitie en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens
Prof. Michel FLAMEE 1986 (VUB)
Octrooieerbaarheid van software. Rechtsvergelijkende studie : België, Nederland,
Frankrijk, Bondsrepubliek Duitsland, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten van
Noord-Amerika en het Europees octrooiverdrag
Prof. Aloïs VAN OEVELEN 1988 (Universiteit Antwerpen)
De overheidsaansprakelijkheid voor het optreden van de rechterlijke macht
Prof. Jan VELAERS 1990 (Universiteit Antwerpen)
De juridische vormgeving van de beperkingen van de vrijheid van meningsuiting
Prof. Thierry VANSWEEVELT 1992 (Universiteit Antwerpen)
De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer en het ziekenhuis
Prof. Sophie STIJNS 1994 (KULeuven)
De gerechtelijke en buitengerechtelijke ontbinding van wederkerige overeenkomsten
naar Belgisch recht, getoetst aan het Franse en het Nederlandse recht
Prof. Piet TAELMAN 1996 (Universiteit Gent)
Het gezag van het rechterlijk gewijzigde in het gerechtelijk recht - begripsbepaling en -afbakening
Prof. Patricia POPELIER 1998 (Universiteit Antwerpen)
Rechtszekerheid als beginsel voor behoorlijke regelgeving
Dr. Piet VAN NUFFEL 2000 (KULeuven)
De rechten van nationale overheden in het Europees recht
Prof. Annelies WYLLEMAN 2000 (Universiteit Gent)
Onvolwaardige wilsvorming en onbekwaamheid in het materieel en het formeel privaatrecht
Dr. Erik CLAES 2002 (KULeuven)
Legaliteit en rechtsvinding in het strafrecht. Een grondslagentheoreische benadering.
Prof. Johan DU MONGH 2004 (KULeuven)
De erfovergang van aandelen
Prof. Britt WEYTS 2004 (Universiteit Antwerpen)
De fout van het slachtoffer in het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht
Dr. Steven LIERMAN 2006 (Universiteit Antwerpen)
Voorzorg, preventie en aansprakelijkheid. Gezondheidsrechtelijke analyse aan de hand van het gebruik van ioniserende straling in de geneeskunde, Antwerpen, Intersentia, 2004, 605 p.
Dr. Silvia VAN DYCK 2008 (KULeuven)
Valsheid in geschriften en gebruik van valse geschriften
ARTIKEL 1
Een tweejaarlijkse Fernand Collin-prijs voor Recht,
thans ter waarde van 7 500 Euro, werd ingesteld tot
aanmoediging van onderzoekers van wie het werk
aanzienlijk bijdraagt tot de bevordering van de
rechtswetenschap in België. Het werk moet in het
Nederlands zijn opgesteld.
ARTIKEL 2
Worden slechts in aanmerking genomen: werken die
een oorspronkelijke bijdrage leveren tot de
rechtswetenschap in België en van de hand
zijn van een auteur die op 1 januari van het jaar van de
toekenning van de prijs, de leeftijd van 40 jaar niet heeft
bereikt.
Komen enkel in aanmerking: werken die gedurende de
tweejaarlijkse periode voorafgaand aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend, werden uitgegeven. Onder 'uitgegeven' wordt ook verstaan: in een definitieve vorm bij de uitgever voorhanden zijn.
Doctoraatsproefschriften die nog niet werden uitgegeven, komen in aanmerking wanneer zij tijdens de voornoemde periode in het openbaar zijn verdedigd; uitgegeven doctoraatsproefschriften die nog niet in het openbaar werden verdedigd in de voornoemde periode, komen niet in aanmerking.
ARTIKEL 3
De prijs wordt toegekend na beraadslaging door een jury bestaande uit minimum vijf leden. Nieuwe juryleden worden gecoöpteerd door de leden die op het ogenblik van de coöptatie deel uitmaken van de jury.
Tenminste drie onder hen moeten deel uitmaken of hebben uitgemaakt van het academisch korps van een Belgische universitaire instelling.
ARTIKEL 4
De kandidaturen moeten worden voorgedragen door een hoogleraar behorend tot een Faculteit van Rechtsgeleerdheid van één der Vlaamse universiteiten.
De werken dienen in drievoud te worden gedeponeerd op het secretariaat van de Universitaire Stichting, Egmontstraat 11, 1000 Brussel, uiterlijk op 15 januari van het jaar waarin de prijs wordt toegekend. De jury kan op voorhand beslissen de uiterste datum voor inlevering met ten hoogste drie maanden te verdagen.
Het secretariaat zal te gelegener tijd de aandacht vestigen op de uitloving van de prijs, onder meer door daaromtrent informatie te verstrekken aan de decanen van de Faculteiten van Rechtsgeleerdheid van de Vlaamse universiteiten.
ARTIKEL 5
Bij de beoordeling van de ingediende werken zal de jury rekening houden met zowel de wetenschappelijke waarde van het werk als de weerklank die het heeft gehad of kan hebben in juridische middens.
De prijs mag in beginsel niet worden verdeeld over meerdere kandidaten. Hij mag evenwel aan twee of meer co-auteurs worden toegekend, indien het werk het resultaat is van gemeenschappelijke redactie en elke co-auteur voldoet aan de in artikel 2 genoemde voorwaarde.
Indien de jury zou oordelen dat geen van de ingezonden werken aan de in dit reglement genoemde voorwaarden voldoet, zal de prijs voor die tweejaarlijkse periode niet worden toegekend. In dat geval blijft het voor de prijs voorziene bedrag tot het kapitaal van het Fonds van de Fernand Collin-prijs voor Recht behoren.
ARTIKEL 6
De leden van de jury stemmen bij middel van gesloten en ongetekende briefjes.
Geen van de aanwezige juryleden mag zich van stemming onthouden.
De kandidaat die bij de eerste stemming de absolute meerderheid behaalt (d.w.z. de helft plus één stemmen) wordt als laureaat aangeduid.
Indien geen van de kandidaten de volstrekte meerderheid behaalt, wordt de prijs toegekend aan de kandidaat die in de tweede stemronde de relatieve meerderheid behaalt.
Indien in de tweede ronde twee of meer kandidaten hetzelfde aantal stemmen behalen, krijgt de jongste de prijs. Aan de andere(n) wordt een erepenning uitgereikt.
ARTIKEL 7
De prijs wordt aan de laureaat overhandigd bij gelegenheid van een plechtige prijsuitreiking.
ARTIKEL 8
Het is de laureaat van een prijs toegelaten op zijn werk te vermelden "Laureaat van de Fernand Collin-prijs voor Recht 20..-20..".
ARTIKEL 9
Een laureaat van de "Fernand Collin-prijs voor Recht" mag geen tweede maal kandidaat zijn.
ARTIKEL 10
Alle documenten, stemmingen, deliberaties en verslagen met betrekking tot de toekenning van de Fernand Collin-prijs voor Recht worden geheim gehouden.
|